mondriaan
van realisme naar abstractie
Laatste reacties

     

     

      

     

             ............ dit onderwerp wordt op dit moment bewerkt ...

     

    Georges Vantongerloo, de tegenpool van Mondriaan

    Vantongerloo laat een andere ontwikkeling zien als Mondriaan. Opgeleid als een traditioneel beeldhouwer van vooral portretbustes, deed Vantongerloo afstand van deze academische stijl op het moment dat hij in Nederland kwam, in 1914. Vanaf 1918 ontwikkelde hij zich als een theoreticus binnen De Stijl-groep, vaak tot grote ergernis van Theo van Doesburg en Piet Mondriaan.

    Het interessante bij Vantongerloo is zijn prenatale ontwikkeling die overeenkomstige maar ook heel veel andere planeetaspekten laat zien dan bij Mondriaan het geval was. We gaan Georges Vantongerloo beschrijven in

     - een korte biografische schets

     - Georges Vantongerloo en De Stijl

     - van De Stijl naar een heel eigen dynamische stijl

     - de planeetaspekten in de prenatale ontwikkeling (noot 1)

     - een makrokosmische vergelijking tussen Mondriaan en Vantongerloo

     

    noot 1 - Ons onderzoek naar vormkwaliteiten in de beeldende kunst en naar de planeetaspekten in de prenatale ontwikkeling van kunstenaars wordt heel beknopt toegelicht op de website 'astroarts.punt.nl'

     

     

    Georges Vantongerloo

    Geboren in Antwerpen in 1886, op 24 november.

    In de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog had Vantongerloo naam gemaakt als beeldhouwer van traditionele portretbustes. Hij werkte in die periode in Brussel.

     

    1914

    In het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Vantongerloo gewond bij een gasaanval en liep daarbij longletsel op. Vantongerloo week uit naar Nederland en vestigde zich in Den Haag.

    In deze periode nam hij afstand van zijn academische stijl. Hij werkte zijn beelden minder af, liet delen ruw voor de licht- en schaduweffecten, om het beeld een suggestie te geven van beweging.

     

    Vantongerloo  Gestileerde constructie in een 'sphere'  1917

     

    1917

    In 1917 begon hij zijn vormen te stileren, en te vereenvoudigen. Figuren werden staande ovalen. Schilderijen werden uitgevoerd in heldere kleuren, in korte, blokachtige toetsen neergezet.

     

    Vantongerloo                   Zittende vrouw                   1916/1917

     

    1918

    In maart 1918 ontmoette Vantongerloo de schilder Theo van Doesburg. Deze ontmoeting veroorzaakte een radicale omkeer in zijn werk. Hij ging zich ook verdiepen in het werk van Mathieu Schoenmaekers "Beginselen der beeldende wiskunde" uit 1916.

    Vantongerloo maakte werk waarin de figuren nog wel herkenbaar blijven, maar die hij met behulp van geometrische schema's verstrakte.

     

          

                                 vier aanzichten van het beeldje rechts, gemaakt in het jaar 1918

     

     

     

     

              

                 Vantongerloo    Staande ovaal in primaire kleuren

     

    Vantongerloo en De Stijl

    Georges Vantongerloo maakt in maart 1918 kennis met Theo van Doesburg. De Stijl-kunstenaars verdiepten zich in die tijd in de theorieën van de filosoof Mathieu Schoenmaekers.

    Vantongerloo was enthousiast over Schoenmaekers "theorie der tegendelen", waarin deze filosoof stelde dat de natuur is opgebouwd uit tegendelen, als bijv. horizontaal en vertikaal, geest en stof, mannelijk en vrouwelijk.

    Vantongerloo vond dat allemaal 'schitterend' en noemde het 'van groot belang'.

    Mathieu Schoenmaekers was de mening toegedaan dat de kunstenaars de taak hadden om deze eenheid, deze "theorie der tegendelen" uit te werken in hun kunstwerken.

    Van 1918 tot 1920 publiceerde Vantongerloo een serie artikelen in De Stijl, onder de titel Réflexions, waarin hij delen uit de publikaties van Schoenmaekers gewoon overnam.

    Vantongerloo wilde de beeldende kunst een theoretische grondslag geven.

     

    Georges Vantongerloo                Studie nr. III                    uit 1920

     

    Georges Vantongerloo kon in zijn overdreven toon van geleerdheid Van Doesburg en vooral Mondriaan irriteren.

    In 1920 kwam Vantongerloo met een kleurenleer met 7 kleuren, overeenkomstig met de 7 tonen van de toonladder in de muziek. Hij berekende de 'intervallen' tussen de verschillende kleuren en stelde kleur-akkoorden samen. Ook stelde hij strenge regels op voor een 'beeldende harmonie'.

    In tegenstelling tot de meeste kunstenaars van De Stijl introduceerde Vantongerloo secundaire kleuren in zijn geschilderde werk. Zijn kleurenleer bestond uit 7 hoofdkleuren: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet. Daarnaast onderscheidde hij vijf overgangskleuren, zijnde oranjerood, oranjegeel, blauwgroen, indigoblauw en indigoviolet. Samen maakt dat twaalf kleuren, waarmee Vantongerloo zijn kleurenpalet verbond met het twaalftoonstelsel in de muziek. In bovenstaand schilderij Studie nr. III wordt deze kleurenleer toegepast.

    Dit alles verschilde met de ideeën die Mondriaan rond 1920/1921 ontwikkeld had voor een universele harmonie met de drie primaire kleuren.

    In een brief aan Van Doesburg schreef Mondriaan: "...Hij zet met zijn Belgische intellect een hulpstelsel op touw. ........ met zijn gewone bewustzijn zit hij alles uit te rekenen, .... 't Is beroerd dat hij aan De Stijl is."

    Ook Van Doesburg had zo zijn bezwaren tegen de 'Belgische gewoonte' van Vantogerloo. Van Doesburg verweet Vantongerloo dat hij hem een kleurenleer opdrong, en noemde hem een 'kleurfanaticus'.

    Toen Vantongerloo een artikel over zijn kleurenleer schreef voor het tijdschrift De Stijl, en Van Doesburg het artikel wilde wijzigen en veranderen, was dat voor Vantongerloo genoeg en stapte hij uit De Stijl-groep.

    In Parijs bleef Vantongerloo Mondriaan nog wel zien, maar gaf Mondriaan genoeg reden om zich te storen aan zijn geleerdheid. Zo probeerde Vantongerloo in 1926 de 'juistheid' van Mondriaans composities te bewijzen, tot grote ergernis van Mondriaan. Vantongerloo hoopte daarmee aan te tonen dat er wiskundige formules aan het werk van Mondriaan ten grondslag lagen. Mondriaan was zich daarvan nooit bewust geweest.

     

    De jaren 20

    Een groot deel van de jaren 20 besteedde Vantongerloo aan zijn zelfstudie in de mathematica en vooral de niet-euclidische meetkunde, op zoek naar de 'vierde dimensie'.

    In deze periode maakte Vantongerloo studies voor vormen binnen een ellipsoïde. Hij tekende daarvoor verschillende aanzichten en voerde het ontwerp ook uit. Hieronder zien we daarvan een voorbeeld.

     

      

    Een verzameling van vormen binnen een ellipsoïde, met links en rechts de twee zijaanzichten.

     

    1928

    In 1928 maakte hij, na 7 jaar, voor het eerst weer eens een schilderij, uiterst minimalistisch in de compositie, bestaande uit een wit vlak, aan de onderkant begrensd door een paarse en rechts door een grijze balk. Dit eerste schilderij werd gevolgd andere, waarin dat minimale duidelijk te zien is, hieronder daarvan enkele voorbeelden, met wiskundige vergelijkingen als titels.

     

    Georges Vantongerloo         XY = K groen en rood         1929

     

    composition = ax2 + 6x +8             1930

     

    1930 tot 1940

    Vantongerloo werkte in de jaren 30 verder aan zijn geometrisch abstakte werk. Daarnaast werkte hij ook aan utopische voorstellen voor steden met gebouwen zo groot dat vliegtuigen erop zouden kunnen landen. Deze utopieën heeft hij niet kunnen realiseren.

     

    Vantongerloo               Composition 13478 / 15                     1937

     

     

    Van De Stijl naar een heel eigen stijl

    In de jaren 1939/1940 ontstaan de eerste curves. Schilderijen worden opgebouwd met zwierige, slingerende lijnen. Deze "ritmiek van de oneindigheid" wordt zijn nieuwe, geheel eigen stijl.

     

    Vantongerloo   Relatie tussen lijnen en kleuren   1939

     

    Vantongerloo     Peinture spatiale, polymethylacrylaat    1948

     

    Vantongerloo             Onbepaald object, plastic koord op gekleurde ondergrond        1955

     

    Vantongerloo          Une rayon lumineux dans un champ       1960

     

    Vantongerloo            Une planète inconnue                 1963

     

     

    Planeetaspekten tijdens de prenatale ontwikkeling

    ... wordt op dit moment uitgewerkt.......

    In het overzicht van planeetaspekten bij Georges Vantongerloo (hieronder) zien we het geringe aantal aspekten in de progressies naast de veelheid van planeetaspekten in de prenatale ontwikkeling. Vantongerloo is daarmee opnieuw een voorbeeld waardoor zichtbaar wordt dat planeetaspekten tijdens de prenatale ontwikkeling van grote betekenis zijn voor de artistieke ontwikkeling van een kunstenaar. Het is vooral de overgang van een De Stijl-idioom naar een dynamisch, ritmisch vormprincipe, dat in de prenatale ontwikkeling wordt aangegeven door Saturnus voor De Stijl-periode en Uranus voor zijn dynamische periode.

    De planeetaspekten in de prenatale ontwikkeling bij Vantongerloo worden nog complexer door de aspekten van Pluto, Neptunus en Jupiter, die door de eerder genoemde planeten, Saturnus en Uranus, heen spelen.

    Neem alleen al het aspekt Mars conjunct Uranus in de prenatale ontwikkeling en de progressieve  Zon conjunct Mars voor het jaar 1921, waarin Vantogerloo komt aanzetten met zijn 7-kleurenleer. Ik kan mij goed voorstellen dat Mondriaan zich daaraan heeft lopen ergeren. Hij had net zelf een 'universele harmonie' ontwikkeld met de drie primaire kleuren.

    Het meest bijzondere in de artistiek ontwikkeling van Vantongerloo is wel zijn overstap naar een dynamische stijl van werken. En het bijzondere daarvan is weer dat het terug te zien is in de vele Uranus-aspekten in de prenatale ontwikkeling.

     

     

     

    Makrokosmische vergelijking: Mondriaan en Vantongerloo

    In onderstaande tabel zien we de prenatale ontwikkelingen van Mondriaan en Vantongerloo naast elkaar geplaatst, zo dat ze in de jaren synchroon naast elkaar lopen. Deze manier van weergeven maakt in een oogopslag zichtbaar hoe verschillend de prenatale ontwikkelingen van beide kunstenaars waren. Bij Mondriaan alléén maar Saturnus-aspekten, bij Vantongerloo ook Saturnus-aspekten, maar dan wel geplaatst tussen heel veel andere planeetaspekten.

     

           

     

    Het is goed voor te stellen dat Mondriaan zich vasthield aan zijn neo-plastische uitgangspunten, gezien de Saturnus-aspekten. Zelfs zo dat op het moment dat Theo van Doesburg met zijn Conta-Composities begon, Mondriaan besloot om uit De Stijl-groep te stappen. Deze vasthoudendheid aan zijn eigen vormprincipes zien we bij Mondriaan uitgedrukt door de Zon conjunct Saturnus, welk aspekt speelde voor de jaren rond 1925/1926.

    Vantongerloo maakte nog enkele minimalistische werken in de jaren rond 1928, aangegeven door een Venus conjunct Saturnus. Na dat jaar ging Vantongerloo over op utopische voorstellen voor gebouwen, voor vliegvelden, voor steden, enz. Eind jaren dertig ging hij weer schilderen en beeldhouwen in een vrije, dynamische stijl. We laten daarvan hieronder enkele voorbeelden zien. 

     

     

     

     

     

     

    Reacties
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl